Kennisbank
Heb je een verkeersboete ontvangen en kon je deze door omstandigheden niet op tijd betalen?
·
verkeersboete.nl

Heb je een verkeersboete ontvangen en kon je deze door omstandigheden niet op tijd betalen? Dan ben je ongetwijfeld bekend met de torenhoge verhogingen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Een initiële boete kan hierdoor in een mum van tijd verdrievoudigen. Gelukkig is er groot juridisch nieuws uit de rechtspraak: een baanbrekend advies van de Advocaat-Generaal (AG) aan de Hoge Raad opent de deur om succesvol bezwaar te maken tegen de verhoging van het CJIB.
Waarom worden CJIB-boetes zo extreem verhoogd?
Wanneer je een verkeersboete (onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, oftewel de Wahv) niet tijdig voldoet, treedt er een wettelijk automatisme in werking. De eerste aanmaning betekent een verhoging van 50%. Betaal je daarna nog steeds niet? Dan volgt automatisch een tweede verhoging van maar liefst 100% bovenop het openstaande bedrag. In totaal spreken we dus over een cumulatieve stijging van 200%.
Dit betekent concreet dat jouw totale betalingsverplichting bij een verkeersboete van € 100,- na de opeenvolgende verhogingen stijgt naar een eindbedrag van € 300,-. Als je niet betaalt, zorgt dat er dus voor dat de verschuldigde boete wordt verhoogd tot een drie keer zo hoog bedrag.
Hoewel deze regeling is bedoeld als een prikkel om tijdig te betalen, leidt dit in de praktijk tot schrijnende situaties. Uit diverse rapporten blijkt dat deze automatische verhogingen direct bijdragen aan de problematische schuldenlast van burgers die simpelweg de draagkracht missen om te betalen. Zowel de Tweede Kamer als het kabinet zien het probleem in, maar door een gebrek aan financiële middelen is het stelsel tot op heden niet aangepast.
De Doorbraak: Het advies van de Advocaat-Generaal
Op 3 juli 2026 heeft Advocaat-Generaal Snijders een zeer belangrijke conclusie gepresenteerd aan de Hoge Raad. Dit gebeurde naar aanleiding van een rechtszaak waarin een man met hulp van een belangenorganisatie de Staat had aangeklaagd. De man had in een jaar tijd zeven verkeersboetes verzameld voor een totaalbedrag van € 1.029,-. Door alle automatische verhogingen liep zijn schuld bij het CJIB op tot maar liefst € 3.087,-.
De Haagse rechtbank legde hierop een prejudiciële vraag voor aan de Hoge Raad. Het advies van de AG is helder en biedt veel hoop als je gedupeerd bent: de verhogingen van verkeersboetes moeten aan de rechter kunnen worden voorgelegd en mogen in sommige gevallen niet meer worden opgelegd.
De AG stelt dat de verhogingen in feite neerkomen op een bestraffing in de zin van Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Volgens de rechtspraak moet de rechter daarom áltijd de evenredigheid van zo'n straf kunnen toetsen. Als je door een structureel gebrek aan draagkracht de boete redelijkerwijs niet kunt betalen, of als jou geen enkel verwijt valt te maken van de late betaling, dan is de verhoging een onevenredige straf én een buitensporige last (excessive burden) die in strijd is met het eigendomsrecht (Art. 1 Eerste Protocol EVRM). Op grond van de Grondwet gaan internationale verdragen voor op de Nederlandse wet, waardoor deze verhogingen in die specifieke gevallen simpelweg buiten toepassing moeten blijven.
Wanneer is een verhoging volgens de AG disproportioneel?
Volgens het nieuwe juridische kader mag het CJIB de verhogingen niet innen indien:
Er sprake is van een aantoonbaar en acuut gebrek aan draagkracht (financiële onmacht).
Jou geen enkel verwijt kan worden gemaakt omtrent het te laat betalen (bijvoorbeeld door ernstige ziekte of communicatiefouten).
Hoe maak je nu bezwaar tegen de verhoging van het CJIB?
Tot voor kort was het aanvechten van een CJIB-verhoging een dure en ingewikkelde opgave. Je moest hiervoor naar de burgerlijke rechter stappen, wat door hoge griffierechten en proceskosten voor mensen met minimale draagkracht onbetaalbaar was. De laagdrempelige Wahv-rechter (kantonrechter) verklaarde zich voorheen onbevoegd op dit specifieke onderdeel.
De Advocaat-Generaal stelt nu voor om dit rechtstekort direct op te heffen. Hij adviseert dat je tegen de mededeling of aanmaning van een verhoging op exact dezelfde laagdrempelige en kosteloze manier beroep moet kunnen instellen als tegen de verkeersboete zelf. Dit betekent dat je in de nabije toekomst direct gratis bezwaar kunt maken bij de officier van justitie en de kantonrechter wanneer je de verhoging wegens betalingsonmacht wilt aanvechten.
Wat betekent dit voor jouw situatie?
Hoewel de Hoge Raad binnenkort de definitieve uitspraak zal doen, zet deze conclusie van de AG de verhoudingen al flink op scherp. Het geeft je een ijzersterk juridisch argument in handen. Indien je geconfronteerd wordt met aanmaningen die je door geldgebrek niet kunt voldoen, is het zaak om bezwaar aan te tekenen en expliciet te verwijzen naar de schending van Artikel 6 EVRM en Artikel 1 EP EVRM wegens een disproportionele en buitensporige last.
Let op: Er is bij een beroep op betalingsonmacht altijd een grondige feitenvaststelling nodig. Je zult jouw financiële situatie of de overmachtssituatie dus goed moeten kunnen onderbouwen met bewijsstukken (zoals inkomensgegevens of een lopend schuldsaneringstraject).
Hulp nodig bij je bezwaarschrift?
Bij verkeersboete.nl volgen we deze rechtsontwikkeling op de voet. Voldoe je aan de criteria van betalingsonmacht of is je boete onterecht verhoogd? Neem direct contact met ons op. Wij helpen je graag bij het opstellen van een kansrijk bezwaarschrift tegen de verhoging van het CJIB.
Deel artikel
